Leven in Albanie

Het verhaal begint in Albanie 1993 bij een Albanees meisje Vosjawa genaamd. Ze is geboren in de Bedevaartsplaats Sint Antonius, in de stad Lac. We hebben het vaak verteld en opgetekend. Het is de aanleiding geweest waardoor wij, Helene en Dick Wesselingh samen met onze drie kinderen in Albanie zijn terecht gekomen, en hier alweer vijf jaar woonachtig zijn. Maar waarvan we toen niet wisten hoe het jaar 1993, ons leven, en het leven van velen zou veranderen en aanraken. Met ons gezin leiden wij een religeus leven zoals het in deze tijdgeest past. Wij weten ons verbonden met vele kloosterlingen, en in navolging van hen die ons zijn voortgegaan proberen wij de boodschap uit te dragen en na te leven. Kom binnen in deze website en ga deel uitmaken van het verhaal dat begon op een dag in 1993, want het is niet alleen ons verhaal maar ook úw verhaal. Het is het verhaal van mensen onderweg, die geloven dat het mogelijk is dat God Gebeurt. En God Gebeurt telkenmale daar waar leven mogelijk wordt voor iedereen. Daar waar het brood wordt gebroken en uitgedeeld. In woord en daad; dit is Mijn Lichaam, levend brood, doe dit tot mijn gedachtenis. Want dan kan deze wereld daadwerkelijk genezen, heel en een eenheid worden. Wees welkom om mee te doen deze wereld een betere plaats te maken, voor de kinderen, de zieken, de armen, je naaste en jezelf.

Er was eens een land in Europa, Albanië, dat vijftig jaar lang werd geteisterd door een strenge communistische dictatuur, en waar iedere vorm van geloof en religie ten strengste verboden was. Albanië betekent: "Het land van de witte bergen". De Albanezen noemen hun land in hun eigen taal: "Shqipëria". Dat betekent "land van de adelaar". Voor de Albanezen staat de adelaar voor vrijheid. Vrijheid waar ze eeuwenlang van droomden, maar wat lang buiten hen bereik lag. De dictator Enver Hoxha, die het land vijftig jaar lang met ijzeren greep regeerde, had de Albanese bevolking wijsgemaakt dat het buitenland hun Albanië wilde bezetten. Hij liet honderdduizenden betonnen bunkers over het hele land verspreiden en munitiebunkers vol laden met bommen en granaten. Granaten, die na de val van het communistische regime soms gewoon op straat kwamen te liggen. Zo ook in de stad Lac, waar Vosjawa als klein meisje door de sloppenwijken liep, en per ongeluk een rondslingerde granaat oppakte waardoor ze in een klap haar arm en haar gezichtsvermogen kwijtraakte. Het is Anneke Aerts, een goede vriendin van Moeder Cathrien, die een telefoontje uit Albanië krijgt van de Zusters van Moeder Teresa, die zich net in de stad Lac gevestigd hebben.

En daar begint het verhaal in het jaar 1993. Moeder Cathrien en Anneke Aerts vliegen naar het straatarme Albanië om Vosjawa op te halen voor een armprothese en een oogoperatie. Om haar mee te krijgen moet de piloot zelfs uit het vliegtuig komen. Op schiphol zitten ze uren met haar bij de Marechaussee, maar het lukt, Vosjawa is in Nederland. We trekken veel met Vosjawa op, en ze is blij met de armprothese. De oogspecialist is minder positief; ·een oog blind en het andere oog maar 3% zicht. We kunnen haar niet zomaar op het vliegtuig naar Albanië zetten en Dick en ik besluiten om met haar mee af te reizen naar Albanië. Wat we daar aantreffen staat op ons netvlies gegrift. Enorme armoede, geen bomen te zien, en verhongerde mensen. Zelfs het brood werd toen in de hoofdstad Tirana nog door de tralies verkocht. Thuis in Nederland hebben we de Stichting Doe Iets Goeds opgericht en zijn aan de slag gegaan, het begin van ons missie in Albanië.

In juni 2009, hebben we samen met Vosjawa, waar het allemaal mee begon, haar rechterhand en zus Diana, Djerz, Moeder Cathrien, Pater Nico Wesselingh Benedictijn, Zuster Gertrudis Wesselingh,de Zusters van Onze Lieve Vrouw uit Tegelen, Pater Piet van Wanrooy, Benedictinessen van het Heilig Sacrament uit Teteringen, onze drie kinderen Jane, Anne en Joshua,Berty, Mieke, Ida en vele Albanezen, het Missiehuis waar we anderhalf jaar aan gebouwd hebben ingezegend en geopend. Een huis van vrede waar mensen zich thuis weten. We droomden dat het kon, dit ideaal hebben we al die jaren nimmer losgelaten. Hier ging het ook om zien. Zien van tekenen die het licht laten schijnen bij de doorgang. En dat licht gaf telkenmale voedsel aan de droom. En onderweg kregen we gezelschap van velen die daar ook in geloofden, en dit heeft ons overeind gehouden, in verbondenheid en solidariteit met al die kinderen van God, die Hij aan ons heeft toevertrouwd.