Maria, Maagd van de armen.
Gij zijt de gezegend onder alle vrouwen,
en gezegend is God, onze hemelse vader,
die zo goed was U naar ons te zenden.
Wat Gij steeds voor ons zijt geweest,
dat blijft Gij en zult Gij blijven,
voor allen, die zoals wij,
ja nog beter en inniger dan wij,
in U geloven en tot U bidden.
Gij wilt geheel voor ons zijn,
zoals Gij U te Banneux hebt doen kennen:
de trouwe dienares van de Heer.
De Moeder van de Verlosser,
Moeder van God.
De zorgvolle Moeder van ons allen,
machtig en vol goedheid als geen ander.
Die van de armen en van alle mensen houdt,
de zieken opbeurt en sterkt,
het leed van kinderen verzacht,
en de mensheid redding brengt.
De koningin en moeder van alle naties,
onder ons verschenen, om allen,
die zich door U laten leiden,
te brengen naar de bron van eeuwig leven.
Naar Jezus, Gods veelgeliefde Zoon.
Maagd van de armen,
wij geloven in U,
Gelooft Gij in ons, Amen.