Kerstmis 2009
Het is precies 2 jaar geleden als we met Kerstmis , tijdens het brood rondbrengen worden geattendeerd op een familie met 5 kleine kindjes die samen met hun vader, moeder en oma uit het hooggebergte zijn neergedaald in Mali Jusit. Mali Jusit maakt deel uit van onze gemeente Bushat maar behoort tot het slechtste gebied, en er wonen dan ook zeer veel arme gezinnen. Het is een verpauperd stuk Albanie waar je niet graag je kinderen opvoed. Als we binnenkomen vinden we een klein babytje in een Albanees kribje. We brengen er dekens, kleding en voedsel want ze hebben helemaal niets. Wat opvalt zijn het gelaat en het gedrag van de kindjes, ze zijn zo rustig en lijken wel engeltjes. Tegelijkertijd straalt de zorgelijkheid van hun lieve gezichtjes af. Ze hebben een jaar gewoond in een huis dat ze huurden, maar wat ook al in erbarmelijke staat was. Toen ze daar vorig jaar uit moesten omdat het gesloopt werd, kwamen ze in een nog slechtere toestand terecht. Twee kamers en ‘keuken’ met open dak. Sommigen van U hebben tijdens de opening van het Hospitium afgelopen juni met hen kennisgemaakt, en weten van de zeer zorgelijke staat van wonen en leven.Tijdens de zomertijd was het nog net aan uit te houden voor hen in het huisje, maar wat we de afgelopen maanden aantroffen was meer dan mensonterend. Natte bedden, geen warmte, en kinderen die niet meer beter worden door de slechte levensomstandigheden. Ook de vader die in eerste instantie zeer afstandelijk was draaide bij en deelde zijn problemen met ons. Ze waren ineen uitzichtloze spiraal terechtgekomen waar ze, zonder hulp van buiten, niet meer zouden uitkomen. En zo zijn we samen opzoek gegaan naar een oplossing, waarbij het in eerste instantie ging om een betere woonplek, en het liefst in de buurt van Missiehuis en Camping omdat daar werkgelegenheid dichtbij ligt. Ons geluk kon niet op toen we vorige week een huis vonden vlak aan de overkant. De mensen (tante van Arben) hadden een nieuw huis gebouwd, en wij hebben toen gevraagd of we het oude huis, waar een normaal dak opzit, en veel beter is dan het andere, voor hen mochten huren. Na een dag kwam het antwoord, het was goed. Wel moest er nog een en ander gebeuren en hebben de vader, Dick en Arben alles op alles gezet om het voor Kerstmis klaar te krijgen. We hebben nieuwe electra aangelegd, geschilderd, een toiletpot en douche gemaakt, novilon gelegd, bankstel gekocht, houtkachel gekocht en het ingericht. Kerstavond waren weop het nippertje klaar, en konden we het gezinnetjes van 8 personen eindelijk ophalen.
We beleefden zo een waar kerstfeest, en toen een van de kleintjes knielde bij het kleine kerststalletje, en hardop ging bidden uit dankbaarheid dat ze een nieuw huis hadden, hield Oma Catrien het niet meer droog. De allerkleinste zei tegen Arben; “ Ik wil nooit meer weg uit Barbullush want hier is het altijd droog en kan de regen niet meer bij ons komen”. Maar ook de vader van het gezin sprak aan het einde van een ware kerstnacht zijn gevoel en dankbaarheid uit. Zichtbaar aangeslagen en emotioneel vroeg hij of wij in de eerste week van januari de jongste drie kinderen te doop willen houden en peter en meter te worden. Hij vertelde dat de twee oudste kinderenin het hooggebergte nog zijn gedoopt, maar dat het voor de drie kleintjes er niet van was gekomen en dat ze nu thuis in Barbullush zijn,ze nu gedoopt kunnen worden. Toen we naar huis liepen was er maar een gedachte; niemand is verdoemd in de ogen van God, en voor iedereen zijn er altijd nieuwe kansen als we durven blijven openstaan voor het goede, verder kijken danonze menselijke ogen reiken, vertrouwend op die Ene.