Onze werkzaamheden in Albanie beginnen 17 jaar geleden. Moeder Cathrien was toen al 70 jaar en inmiddels 87 jaar oud. Het mosterdzaadje dat Moeder Cathrien heeft geplant is uitgegroeid, en heeft velen zaden voortgebracht. Een daarvan zijn wij, Helene Wesselingh- de Kuiper en Dick Wesselingh, kinderen van Moeder Cathrien. Zes jaar geleden zijn wij naar Albanie verhuisd met onze kinderen en hebben samen met Moeder Cathrien onze droom gebouwd, Missiehuis en Hospitium ‘Besa’ voor oudere zieke Albanezen.

Wat zijn we uitgelachen toen we 6 jaar geleden vertelden dat wij voorgoed naar Albanie wilden vertrekken. Albanie was voor ons geen onbekend terrein, daar we er toen al 11 jaar lang kwamen om kleinschalige ontwikkelingsprojecten op te zetten. We waren grootgebracht met het missiebusje, en doekjes plakken voor de missionarissen in Ghana. Moeder Cathrien zei altijd; Doe gewoon het goede, en waar er zeven eten, kunnen er ook acht eten. Breken en delen is gezellig, vond ze. Altijd waren er dan ook mensen bij ons thuis die konden aanschuiven. In de vroegere jaren, poolse weeskinderen, en zelfs jaren later nam Moeder Cathrien zelfs nog een Bosnische vluchteling in huis.

Moeder Cathrien, en een aantal religieuzen waren op dat moment de enigen die begrepen dat we ons hart wilden volgen. Dankzij hen hebben wij de afgelopen zes jaar handen en voeten kunnen geven aan het werk voor de armste der armen op het platteland in Albanie. Samen met Moeder Cathrien reisden we dus 6 jaar geleden af naar Albanie. Gevulde verhuiswagen, oude Mercedes, aangezien we wisten dat ze daar genoeg reserve onderdelen van hadden, en een spliknieuwe ambulance, naar aanleiding van een uitgebreide reportage van Moeder Cathrien in Dagblad de Telegraaf. En eerlijk, het voelde als een bevrijding. Weg uit die wereld waar alles al is, weg van alle ontevredenheid. Maar bovenal weg uit een wereld waar bijna niemand meer durft te geloven in de enorme kracht van het goede en daarop te vertrouwen. Wij leven daar vanuit, en echt heel letterlijk.

Zo moest ik ooit een arts vertellen dat ik geloofde dat ik zou genezen van een zeer ernstige aandoening. Weer werd ik uitgelachen. Maar het klopte wel. Voor ons was zeker dit moment een keerpunt in ons leven. De drang om te leven is dan zo groot geworden, dat alle andere zaken onbelangrijk worden dan alleen het leven zelf. Als je leeft vanuit een groot vertrouwen, komt alles uiteindelijk goed, ook al is het in eerste instantie puin ruimen in jezelf. ‘‘Zoek eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden. Pas als je alles kunt loslaten, komt de bevrijding. Je gaat dan merken dat er steeds meer wonderen gebeuren, en ook, dat niets zonder reden is, mits je er maar naar durft te kijken.

In Albanie was het in eerste instantie terug naar af, back to basic. Zo hadden we de eerste jaren, maar twee uur stroom per dag. Hobbelen over slechte wegen, zeer koude winters, om zes uur s’ochtends houthakken. Maar het mooie was we leerden weer alles te waarderen, en in het juiste perspectief te zien. Omdat wij het Nederlandse nieuws goed konden volgen was het al snel;’ waar maken ze zich druk om daar!!! We zijn kinderen geworden van twee werelden, waarbij we haarfijn zijn gaan zien. Zien vanuit het goede waarvoor ieder mens uiteindelijk geroepen is. Het goede in jezelf, het goede in je medemens. Albanie heeft zich de laatste jaren steeds meer ontwikkeld, ook al heeft het nog steeds de status ontwikkelingsland, en wordt de kloof tussen rijk en arm steeds groter. Wegen zijn opgeknapt, als het meezit hebben we 24 uur per dag stroom, en hebben we een prachtig huis gebouwd voor velen. Ook komen er steeds meer toeristen dat weer inkomsten genereert voor de camping en waardoor we het Missiehuis kunnen draaien. God zorgt, indien je bereid bent Hem daadwerkelijk achterna te reizen.

Onze familie Wesselingh bestaat uit: Helene Wesselingh- de Kuiper (40)jongste dochter van Moeder Cathrien, Dick Wesselingh (41) en onze kinderen Jane (16), Anne (14) en Joshua (11)



Dit verhaal inspireerde ons. Hierbij de foto’s van zes jaar geleden, van vertrek tot nu.

'Gaan naar verten om God te ontdekken'

Het kan zijn dat ik het gedroomd heb, het kan ook een oud verhaal zijn dat ik ooit gehoord heb. Over een mens die het licht had weggesleept voor de poorten van de hel. Toch is het geen sprookje en ook geen droom, als je goed naar de Bijbel luistert. Want als een rode draad wordt steeds opnieuw verhaald hoe Gods volk in de verte belandt, in den vreemde, in ontworteling, besmet en beschadigd: een verloren zoon tussen varkens. En steeds opnieuw komt het volk juist in de vervreemding van slavernij en ballingschap tot bezinning. Voor de poorten van hel wordt het licht gevonden, ontstaat de honger naar de Vader, het verlangen naar terugkeer tot zijn God. En die staat op de uitkijk; die ziet de mens vanuit de vervreemding al van verre aankomen. Blijkbaar kunnen bronnen van inspiratie gevonden worden, wanneer een mens op de vuilnisbelt moet zitten en zich Job mag noemen. Geloof groeit en wordt verdiept in de verte. Wie niet wegtrekt, wie niet emigreert uit zijn of haar verleden, wie niet naar binnen durft te gaan, is als de oudste zoon, die niet komt tot volwassen geloof en kan niet delen in ontmoeting en feest. Want geloven, God ontdekken en Hem ruimte geven om in je leven binnen te treden, dat is je huis van veiligheid en welvaart verlaten en in de soberheid van een tent durven leven om aan de kern van het bestaan te raken.